arbeidsrecht algemene foto

logo Leliveld Advocaten  Arbeidsrecht | Kennelijk onredelijke opzegging van een arbeidsovereenkomst

Met de invoering van de wet Werk en Zekerheid is per 1 juli 2015 is de kennelijk onredelijk ontslagprocedure afschaft. Onderstaande uitleg omtrent de kennelijk onredelijke opzegging heeft alleen betrekking op opzeggingen die voor 1 juli 2015 door de werkgever zijn gedaan. Werknemers kunnen uiterlijk zes maanden na het einde van het arbeidscontract een dergelijke kennelijk onredelijk ontslag procedure starten. Op grond van de huidige wetgeving staat de weg open voor zowel een procedure bij de rechtbank (o.a. voor schadevergoeding wegens niet in acht nemen opzegtermijn, opzegging in strijd met een opzegverbod en herstel arbeidsovereenkomst of billijke vergoeding na opzegging na UWV-procedure) als het gerechtshof (hoger beroep).

Onredelijkheid

De wet geeft een opsomming van situaties waarin een opzegging onredelijk kan zijn. Dit betekent dat wanneer er sprake is van een van die situaties dit niet direct leidt tot een kennelijk onredelijke opzegging. De rechter kan, lettend op de omstandigheden van het geval, een opzegging dan toch redelijk achten. Daarnaast is de opsomming in de wet niet uitputtend bedoeld. Er kunnen zich andere situaties voordoen waarin opzegging kennelijk onredelijk kan worden geacht.
Een van de in de wet genoemde situaties is die wanneer de werknemer door de opzegging gevolgen ondervindt die te ernstig zijn in vergelijking met de belangen van de werkgever bij opzegging.

In de praktijk kunnen onder dit ‘gevolgencriterium’ een groot aantal gevallen ondergebracht worden.
Het zal hier met name gaan om de financiële gevolgen van de werknemer ontstaan door de opzegging. Hierbij wordt specifiek gekeken naar de leeftijd van de werknemer, de duur van zijn arbeidsovereenkomst, zijn kansen op de arbeidsmarkt en eventuele arbeidsongeschiktheid ontstaan door de verrichte arbeid. Hierbij kan ook een rol spelen of de werkgever de werknemer reeds een vergoeding heeft betaald in het kader van de ontslagprocedure. Het Gerechtshof in Den Haag heeft in oktober 2008 in een van haar uitspraken aangegeven dat ontslagen waarbij er onder een bepaald minimum aan vergoeding wordt uitgekeerd veelal als kennelijk onredelijk aan te merken zijn. Dit hoeft dus niet altijd zo te zijn.

Bewijslast

Wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst volgens de werknemer kennelijk onredelijk heeft opgezegd dient die kennelijk onredelijkheid wel door werknemer bewezen te worden. Hij wordt hierin wel enigszins tegemoet gekomen door de zogeheten verzwaarde stelplicht. De werkgever is verplicht de werknemer die de onredelijkheid moet bewijzen voldoende feitelijke gegevens te verstrekken zodat de opgegeven ontslagreden getoetst kan worden en deze gegevens aanknopingspunten kunnen bieden voor de bewijslevering van de werknemer. Wanneer de werkgever dit verzuimt dan kan de rechter oordelen dat de werkgever de kennelijke onredelijkheid onvoldoende heeft weersproken. De opzegging wordt dan kennelijk onredelijk geacht.

Gevolgen van een kennelijk onredelijke opzegging

Als de rechter de opzegging als kennelijk onredelijk beoordeelt dan moet hij een schadevergoeding toekennen. Een andere mogelijkheid is de werkgever te veroordelen tot herstel van de arbeidsovereenkomst. De werkgever dient dan een nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan onder dezelfde voorwaarden als die van toepassing waren op de kennelijk onredelijk opgezegd arbeidsovereenkomst. De rechter kan hierbij ook een afkoopsom vaststellen die de werkgever in de gelegenheid stelt onder die verplichting uit te komen.

Schadevergoeding

Er is lange tijd onenigheid geweest over de aard en wijze van berekening van de schadevergoeding in kennelijk onredelijk ontslag-procedures. Nu eens werd de schadevergoeding bepaald naar billijkheid, dan weer werd aansluiting gezocht bij de Kantonrechtersformule die normaliter door de kantonrechter wordt gehanteerd bij ontbindingen. Met name deze tweede wijze van berekenen genoot veel steun in de rechtspraak en na een uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag, waarin eveneens aansluiting werd gezocht bij de kantonrechtersformule, leek het een uitgemaakte zaak.

Eind 2009 heeft de Hoge Raad zich echter uitgesproken over deze kwestie en expliciet aangegeven dat de kantonrechtersformule, of een daarop gebaseerde berekening, niet mag worden toegepast bij de berekening van de schadevergoeding ex 7:681 BW. Volgens de Hoge Raad is de vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag immers een vergoeding wegens geleden schade, en heeft deze vergoeding daarmee een ander karakter dan de vergoeding naar billijkheid ex 7:685 BW.

De uitspraak van de Hoge Raad heeft mitsdien een eind gemaakt aan de onenigheid over de aard en wijze van berekening van de schadevergoeding in kennelijk onredelijk ontslag-procedures. De poging van het Gerechtshof om de vergoedingen bij ontslagen te uniformiseren is echter mislukt. 

logo Leliveld Advocaten   Blog & News

Laatste Blog


Incasso deel 1: ingebrekestelling en schriftelijkheid

Wanneer u onderneemt, zal het vast wel eens voorkomen dat u een partij goederen of diensten levert en deze partij weigert om de factuur te voldoen. Deze serie blogs zal stap voor stap laten zien hoe u er voor kan zorgen dat u alsnog het geld (met wellicht zelfs een beet ..

Lees meer

Laatste Nieuws

logo Leliveld Advocaten   Events
Wij organiseren regelmatig ontbijtsessies om u op de hoogte te houden van belangrijke regels en wetten. 

Wilt u voor uw directie en/of managers een specifieke workshop, neem dan vrijblijvend contact met ons op.