handelsrecht-ondernemingsrecht algemene foto

logo Leliveld Advocaten  Handels- en ondernemingsrecht | Aansprakelijkheid van bestuurders

Als een bestuurder van een vennootschap, bijvoorbeeld een statutair directeur, een onverantwoord beleid voert en de vennootschap of de schuldeisers van een vennootschap daardoor schade lijdt of kunnen lijden, dan kan deze bestuurder door de vennootschap zelf of door de schuldeisers van de vennootschap persoonlijk aansprakelijk worden gehouden. Dit noemt men bestuurdersaansprakelijkheid. 

De wet maakt een onderscheid tussen interne en externe aansprakelijkheid.

Wanneer is sprake van interne bestuurdersaansprakelijkheid?
Van interne aansprakelijkheid van de bestuurder spreekt men wanneer de vennootschap zelf het bestuur of haar directie aansprakelijk houdt. Een voorbeeld uit de praktijk: de heren P. en C. zijn beiden statutair directeur van BV Papier, een vennootschap die papier produceert. In de statuten van de vennootschap staat omschreven dat voor een bepaalde transactie, bijvoorbeeld de deelneming in een andere BV, de goedkeuring vereist is van de AVA, ofwel de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. P en C gaan zonder die goedkeuring van de AVA die transactie aan en BV Papier lijdt daardoor ernstige schade. De rechtspersoon BV Papier kan dan de schade op P en C verhalen.

Wat is het wettelijk criterium voor de interne bestuurdersaansprakelijkheid?
Elke bestuurder is ingevolge art. 2:9 BW tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. De bestuurders van de vennootschap zijn hoofdelijk aansprakelijk indien de bestuurstaak onbehoorlijk is vervuld. Een bestuurder vervult zijn taak onbehoorlijk wanneer hij onverantwoord heeft gehandeld en wist dat de vennootschap daardoor benadeeld zou kunnen worden. 

Leidt elke onbehoorlijke taakvervulling tot aansprakelijkheid van de bestuurder?
Neen, niet altijd. Als bijvoorbeeld een directielid mede gelet op de aan andere directieleden toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en deze bestuurder niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van een onbehoorlijk bestuur af te wenden, dan kan het zijn dat deze niet aansprakelijk wordt gehouden.  

Wanneer is sprake van externe bestuurdersaansprakelijkheid?
Van externe bestuurdersaansprakelijkheid is sprake wanneer een directeur of een bestuurder van een vennootschap persoonlijk aansprakelijk wordt gehouden voor een onbetaalde schuld van de vennootschap. De wet voorziet in een tweetal situaties. In de eerste plaats voor het geval de vennootschap failliet is verklaard. En in de tweede plaats buiten het faillissement om.

Hoe zit het met externe bestuurdersaansprakelijkheid in het geval van een faillissement?
Art. 2:248 BW regelt de aansprakelijkheid van bestuurders in het geval de vennootschap failliet is gegaan. De bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in de faillissementsboedel, indien de curator in het faillissement van de BV aannemelijk kan maken dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. Tevens dient de curator aannemelijk te maken dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is. 

De maatstaf die de rechter bij het aannemen van kennelijk onbehoorlijke taakvervulling hanteert, luidt als volgt: ‘dat geen redelijk denkend bestuurder, onder dezelfde omstandigheden, zo zou hebben gehandeld.’ 

Het onbehoorlijke van de taakvervulling moet buiten kijf staan; het moet onmiskenbaar zijn. In geval van twijfel zal de bestuurder het voordeel moeten worden gegund. Voorbeelden van gevallen waarin de rechter kennelijk onbehoorlijke taakvervulling heeft aangenomen zijn het nalaten van onderzoek naar de kredietwaardigheid van contractpartners met wie de BV belangrijke zaken doet, het niet tijdig indekken tegen voorzienbare risico’s, het onvoldoende informeren van commissarissen. Indien het bestuur de jaarrekening niet heeft gepubliceerd of de boekhouding niet behoorlijk heeft bijgehouden, wordt onweerlegbaar aangenomen dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Tegen dit bewijsvermoeden is geen tegenbewijs mogelijk. Tevens wordt in dat geval de onbehoorlijke taakvervulling vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. Ten aanzien van dit laatste kan het bestuur wel tegenbewijs leveren.

Hoe zit het met externe bestuurdersaansprakelijkheid als geen sprake is van faillissement?
Ook buiten het geval van faillissement kan er sprake zijn van externe bestuurdersaansprakelijkheid. De bestuurder kan door een individuele schuldeiser aansprakelijk worden gesteld op grond van artikel 6:162 BW ofwel onrechtmatige daad, indien hij namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet kan nakomen. In dat geval moet volgens de rechtspraak de bestuurder wel een voldoende ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. 

Welke bestuurder is aansprakelijk in het geval van meerdere bestuurders?
Iedere bestuurder kan in beginsel aangesproken worden voor de gehele schade. Dat noemt men hoofdelijkheid. Indien een bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is, hoeft door de schuldeiser niet aangetoond te worden welke bestuurder wel en welke niet debet is geweest aan de onbehoorlijke taakvervulling. Iedere bestuurder kan aangesproken worden voor de gehele schade. De bestuurder die heeft betaald en bijvoorbeeld als enige wordt aangesproken, kan echter wel verhaal zoeken op de andere bestuurders tot het bedrag dat hen tevens aangaat.

De hoofdelijke aansprakelijkheid kan in twee gevallen beperkt worden. Wat betreft de omvang van de aansprakelijkheid heeft de rechter de bevoegdheid dit bedrag te verminderen, wanneer het hem bovenmatig voorkomt, gezien de aard en de ernst van de onbehoorlijke taakvervulling. Indien de aansprakelijkheid van het bestuur vaststaat, kan een individuele bestuurder zich nog disculperen van deze aansprakelijkheid van het bestuur. De wet stelt aan dit tegenbewijs wel zware eisen: de bestuurder moet dan bewijzen, dat het wanbeleid niet aan hem te wijten is en dat ‘hij niet nalatig is geweest in maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden’.

Vragen?

Heeft u nog vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met een van onze gespecialiseerde advocaten. Wij helpen u graag verder.

Bijgewerkt: mei 2016

Disclaimer
Aan de inhoud van bovenstaande tekst kunnen geen rechten worden ontleend.


logo Leliveld Advocaten   Blog & News

Laatste Blog


Incasso deel 1: ingebrekestelling en schriftelijkheid

Wanneer u onderneemt, zal het vast wel eens voorkomen dat u een partij goederen of diensten levert en deze partij weigert om de factuur te voldoen. Deze serie blogs zal stap voor stap laten zien hoe u er voor kan zorgen dat u alsnog het geld (met wellicht zelfs een beet ..

Lees meer

Laatste Nieuws

logo Leliveld Advocaten   Events
Wij organiseren regelmatig ontbijtsessies om u op de hoogte te houden van belangrijke regels en wetten. 

Wilt u voor uw directie en/of managers een specifieke workshop, neem dan vrijblijvend contact met ons op.